De groei van het Boeddhisme

De groei van het boeddhisme

Oorlogen en onzekerheid leidden er ook toe dat men zijn toevlucht zocht tot het geloof. De Kamakura periode laat dan ook een sterke groei zien van het Boeddhisme en het ontstaan van veel nieuwe stromingen waarvan een aantal tot de dag van vandaag bestaan. De belangrijkste zijn het “Zuiver Land Boeddhisme” of Jōdo shū, en het Zen Boeddhisme. Met name die laatste stroming vond ruim ingang onder de Samoerai klasse. Twee elementen uit de Zen praktijk waren daarbij met name van belang. Allereerst de observatie dat Zen meditatie je in staat stelt tot een hoge graad van zelfcontrole en zelfbeheersing wat in een gevecht van leven op dood van doorslaggevend belang is. Daarnaast sprak het idee van reïncarnatie sterk aan.

Belangrijk principe dat Minamoto no Yoritomo introduceerde was om de Samoerai klasse in hiërarchie boven de aristocratie te plaatsen. Maar het belangrijkste kenmerk van de Kamakura periode was onrust en veel burgeroorlogen tussen clans.

Het Kamakura Shogunaat werd uiteindelijk verslagen door een aantal clans die de keizer steunden. Daarmee was de suprematie van de aristocratie over de samoerai klasse en de leidende positie van de keizer voor korte tijd hersteld.

<Lees verder>