Het moderne Japan: de Meiji restauratie

Het Moderne Japan: de Meiji restauratie

Het tijdperk van de Tokugawa Shoguns eindigt in het midden van de negentiende eeuw door een aantal oorzaken. Na tweehonderd jaar rust zag de klasse van kooplieden dat zij door de embargo maatregelen beperkt waren en wilden hun positie verstevigen. Onder de aristocratie groeide de wens om hun positie te verstevigen en vooral om de keizer weer zijn legitieme plaats terug te geven. Tegelijkertijd ontstond er een bredere beweging onder de burgerij die meer invloed wilde hebben op het bestuur en de beperkingen van de klassenstructuur kwijt wilden. Op hetzelfde moment werd de Japanse bureaucratie onder druk gezet door de VS die de Japanse markt wilden openen voor handel van buitenaf.

Het Shogunaat had op al deze ontwikkelingen geen antwoord en in 1868 treedt de laatste Tokugawa Shogun, Tokugawa Yoshinobu, af en geeft de macht over aan keizer Meiji.

Na het verplaatsen van het keizerlijke hof van Kyoto naar Edo (Tokyo) voert de keizer met een groep volgelingen een groot aantal veranderingen door. De eerste hervormingen worden in 1868 door de keizer en zijn regering bekend gemaakt om het moraal op te vijzelen en steun te krijgen voor de geplande economische hervormingen in een edict bestaande uit vijf punten:

1.     Instelling van een parlement;

2.     Het betrekken van alle klassen in de uitvoering van staatszaken;

3.     Het intrekken van wetten om consumptie te controleren en de klasse restricties in werkgelegenheid;

4.     Het vervangen van de “slechte gebruiken” door de “juiste wetten van de natuur”;

5.     Een internationale zoektocht naar kennis om het keizerlijke gezag te versterken.

Al snel na het aantreden van de Meiji regering werden wetten uitgevaardigd die het dragen van zwaarden verboden en de samoerai klasse de facto af te schaffen. Tegelijkertijd werd de rol van de boeddhistische tempels teruggebracht en werd het Shinto geloof uitgeroepen tot de Nationale religie.
De wetten die leidden tot de ontbinding van de samoerai klasse hadden tot gevolg dat de belangstelling voor de traditionele gevechtstechnieken zo snel terugliep dat men vreesde voor de totale verdwijning van kennis op deze gebieden.
Bij de hervorming van de samenleving hoorde ook een snelle industriële revolutie die zorgde voor veel werkgelegenheid en economische groei.

 

De schaduwzijde van al deze ontwikkelingen was het ontstaan van een sterk nationalistisch gevoel en expansiedrift. Dit leidde tot de bezetting van een deel van China in de Chinees-Japanse oorlog en de verovering van Mantsjoerije op het tsaristische Rusland.
In de Eerste Wereldoorlog was Japan aan de zijde van de geallieerden als bondgenoot van het Verenigd Koninkrijk. Als gevolg daarvan werden gebieden die daarvoor in Duitse handen waren in Azië en het Pacific gebied door Japan ingenomen.
De verdergaande industrialisering maakten van Japan al snel een sterke mogendheid die producten afzette in markten die daarvoor gedomineerd werden door de VS en Europa. De verdergaande militarisering en het groeiende nationalisme leidde uiteindelijk tot betrokkenheid in de Tweede Wereldoorlog.